Oorlogsfictie

Afgelopen week ontving ik uit Engeland een informatieverzoek. De verzoeker in kwestie bleek in het bezit van een manuscript, geschreven door een oud-verzetsman uit Zaandam. De auteur ervan, Lambertus H., was al in 1980 overleden, maar had twee jaar voor zijn dood zijn oorlogsmemoires op papier gezet. In het Engels, want hij was na de bevrijding geëmigreerd naar Groot-Brittannië. Het uitgebreide verhaal betrof zijn verzetsdaden, zijn arrestatie in de zomer van 1941, de door hem ondergane mishandelingen en zijn verblijf in het ‘Oranjehotel’ (de gevangenis van Scheveningen) en Buchenwald.

Het lag in de bedoeling om het goed geschreven manuscript te publiceren. Een uitgever had zich daartoe al bereid verklaard en met het redigeerwerk ging het ook crescendo. Er waren alleen wat vragen opgedoken, bijvoorbeeld over schrijvers’ tijd in Buchenwald. Hij leek namelijk wel erg zwaar te hebben geleund op een andere tekst over dat Duitse kamp, uit 1945. Aan mij de vraag of ik helderheid kon geven over enkele Zaanse details in het verhaal.

Het gebeurt niet vaak dat er een authentiek verhaal van een Zaanse verzetsstrijder opduikt. Een verhaal bovendien dat goed geschreven is. Met interessante dialogen. En gedetailleerde beschrijvingen over bijeenkomsten van de Zaanse illegaliteit, schuilplaatsen, hulp aan joden, vervalste documenten, martelingen en ga zo maar door. Maar…

Het is een beetje ongeloofwaardig dat de auteur al in de winter van 1940 twee joden verborg in zijn Zaandamse woning. Niet veel later gevolgd door nog enkele joodse slachtoffers. In 1940 konden joden immers nog over straat lopen, zonder het risico naar Auschwitz gedeporteerd te worden. Vreemd is ook dat de schrijver opdracht geeft om voedselbonnen te stelen van de overheid, om diezelfde joden van eten te voorzien. Dat was nergens voor nodig, zo vroeg tijdens de bezetting. Net zo min als het logisch was om toen al persoonsbewijzen van joden te laten vervalsen. Er was in de winter van 1940/’41 nog geen sprake van hongersnood in Nederland, al schreef Lambertus dat dat wel zo was. Dat iedereen in het vaderlandse verzet de schuilnaam ‘Tango’ droeg was voor mij ook nieuw. Net als veel andere door Lambertus geschetste herinneringen.

Helaas, Lambertus’ oorlogsherinneringen zijn grotendeels fictie. Jammer voor de ontdekker van het zeer uitgebreide manuscript, jammer voor de beoogde uitgever. Maar beter een publicatie voorkomen die op drijfzand is gebouwd dan de zoveelste valse verzetsherinnering aan de Tweede Wereldoorlog op de boekenmarkt gooien.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.