Duo Duijs & Wilders

Ik heb de glossy Geert -sinds vandaag in de winkel- nog niet kunnen kopen, maar verheug me er nu al op. Deze onder toezicht van Carel Helder (voor de intimi: bekend van de dichtersavonden in De Groote Weiver) samengestelde, eenmalige publicatie zet op satirische wijze de spotlights op de Venlose volksmenner. Geert Wilder is niet uit de media te meppen, en ook ik kan het niet laten om voor de zoveelste keer aandacht aan hem te besteden.

Tijdens de afgelopen debatdagen in de Tweede Kamer viel me vooral op dat a) Wilders een trouw lezer is van de puberwebsite GeenStijl, gezien zijn terminologie (‘huiliehuilie’) en b) Kamervoorzitter Verbeet wel eens wat vaker mag ingrijpen. Wanneer Wilders het heeft over ‘meisje Halsema’ en haar ‘betraande oogjes’, wanneer hij haar een ‘kroeldoekje’ toeschrijft en Job Cohen denigrerend bij diens voornaam noemt; het is de vleesgeworden verhuftering achter het katheder.

Er viel me nog iets op. Geert Wilders heeft een voorganger. Jan Duijs heet-ie. Jan Eliza Wilhelm Duijs, om preceis te zijn. Geboren in Nijmegen (1877) en gestorven in Lochem (1941). Maar bekend geworden in Zaandam, waar hij vele jaren namens de SDAP de toon zette. Duijs was oppermachtig. Als raadslid van de destijds grootste partij en als wethouder (als Kamerlid bakte hij overigens minder voor elkaar). Duijs had niet alleen hetzelfde kapsel als Wilders (zei hieronder), maar beheerste ook dezelfde retoriek. Nog een overeenkomst: beiden spe(e)l(d)en niet de bal, maar de man. Zij het dat Duijs’ daarbij zijn gevoel voor humor wat beter etaleerde. Voorbeeldje? Voorbeeldje!

Toen Duijs een politieke opponent wilde afserveren als zijnde overbodig, zei hij: “Ik heb mijnheer tot nu toe twee keer gehoord. De eerste keer liet hij een potlood vallen. En de tweede keer liet hij een…” Grappig wel, zij het niet erg parlementair. Net als Wilders stikte Jan Duijs niet in zijn eerste leugentje. Toen de gemeenteraad hem kapittelde, omdat hij tijdens een politiek tripje naar Parijs wel erg veel gemeenschapsgeld had verbrast, reageerde Duijs: “Jullie hebben makkelijk praten. Hier eten we aardappelen, maar in Frankrijk eten ze pommes de terre. En weet je hoe duur die wel niet zijn?” Het ontbrak de collega-raadsleden aan een weerwoord (nog een parallel met Wilders). Het eten in de door hem als wethouder ingestelde Zaandamse gaarkeuken was overigens zo slecht -geen fatsoenlijke  pomme de terre te bekennen- dat Duijs voortaan door het leven moest met de bijnaam ‘Jan Erwtenwater’.

Ook Duijs wilde altijd en overal het middelpunt zijn van de aandacht. Waar Wilders een moslimbasher is, was Duijs een papenhater. Maar beiden bestreden de gelovigen op dezelfde fanatieke wijze. En allebei torsen ze het stigma ‘onhandelbaar’ voor eeuwig met zich mee. Het is precies een eeuw geleden dat Jan Duijs zijn grootste triomfen vierde.

Net als de ooit in progressieve kringen verkerende Geert Wilders schoof de linkse Duijs uiteindelijk steeds meer op naar rechts. Op een gegeven moment eisten andere SDAP’ers Duijs’ royement (zie Wilders en de VVD), waarna hij zich in 1938 aansloot bij de NSB. Wilders stapte op bij de VVD en stichtte zijn eigen NSB, de PVV. Voor de motivering van deze laatste conclusie: zie mijn stukje van 26 oktober. En voor degenen die nog meer overeenkomsten willen zoeken tussen Geert Wilders en Jan Duijs: zie deze website.

Het wordt overigens tijd dat iemand een boek schrijft over het leven van Jan Duijs. Mijn oud-geschiedenisleraar J.J. ’t Hoen was ooit bezig met een proefschrift over deze politicus, maar zijn vroegtijdig overlijden verhinderde de publicatie. Wie neemt het stokje over?

    Jan Duijs

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.