‘Hotelgedrocht’

Parool-lezer S.J. Keg stuurde deze week een brief naar zijn/haar dagblad waarin hij/zij de vloer aanveegde met het nieuwe Inntel-hotel in Zaandam. U weet wel, die opeenstapeling van Zaans-groene huisjes tegenover het NS-station. Hij/zij noemde het een ‘gedrocht’, waarmee hij aansloot bij Parool-columnist Ronald Hooft, die enkele dagen eerder ook al gekwetst reageerde. Het verschil met de columnist was echter dat mijnheer/mevrouw Keg voorheen woonde in een huis dat plaats moest maken voor het hotel, althans voor de nieuwbouw rond het hotel. “Procedures van jaren en oceanen van tranen bij alle betrokkenen zijn eraan vooraf gegaan”, schrijft hij/zij.

Zijn/haar hotelsmaak deel ik niet (ik vind het hotel een prachtige overtreffende trap van kitsch), maar de sloop van de woningen aan de Provincialeweg die aan de Inntel-bouw vooraf ging was nodeloos. Ik heb de indruk dat ook stedenbouwkundig supervisor Sjoerd Soeters dat vond, net zo goed als hij van mening was dat een monumentaal pand aan de Stationstraat had kunnen blijven staan. Soeters had er wel omheen gebouwd. Helaas, het college van B&W besliste anders.

Mijn politieke clubje, ROSA, heeft destijds nog wel pogingen gedaan om al die mooie, oude panden te redden. Enerzijds via moties en amendementen (de raadsmeerderheid stemde ze weg). En anderzijds door middel van de ‘Eerste Zaanse kraakdag’. Terwijl ROSA destijds een langdurig leegstaand kantoorpand an de Nicolaasstraat bezette en zodoende de politie afleidde, trokken bevriende krakers naar enkele eveneens leegstaande woningen aan de Provincialeweg. Waaronder, neem ik aan, die waar eerder de heer/mevrouw Keg woonde. De inzet: behoud van de gebouwen. Het werd uiteindelijk uitstel, maar geen afstel. Het pand aan de Nicolaasstraat bestaat gelukkig nog (ook daar was een onzalig plan voor een hotel), de gekraakte woningen aan de Provincialeweg gingen enkele jaren later alsnog plat.

Alles van waarde is weerloos, dichtte ooit iemand. Het werd toen weer eens bewezen. Nog één keer mijnheer/mevrouw Keg over zijn voormalige woonplaats: “Ik wil er nooit meer naar toe en ben naar het oosten van het land verhuisd, waar men heel wat zorgvuldiger omgaat met ‘historie’ en liefde voor oude ambachten.” Ik kan hem/haar geen ongelijk geven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.