Nieuws over de familie Pel

De toekenningsplechtigheid rond de Yad-Vashemonderscheiding voor de Zaandammers Trijnie en Geertje Pel, afgelopen zondag in het Zaans Museum, was ontroerend. Prettig ook dat Melchert Leguyt er gisteren in Dagblad Zaanstreek zo’n mooi stuk aan wijdde. Ik zou zo’n waarderingsbijeenkomst (nog) veel meer mensen gunnen die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun leven waagden om joden te redden, in dit geval de baby Marion Swaab. Helaas, van deze zogenoemde ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ is bijna niemand meer in leven. De 89-jarige Trijnie zal wereldwijd een van de laatsten zijn die persoonlijk de hoogste waardering van de staat Israël in ontvangst mochten nemen.

Het toeval wil dat ik enkele weken geleden, na jaren van vergeefs zoeken en proberen, toestemming kreeg om bij het Nationaal Archief het strafdossier in te zien van Tonny Jansen. Gisteren mocht ik het in handen nemen. De Zaandamse politiecommandant Jansen werd na de bevrijding veroordeeld tot 2,5 jaar cel. Het was een dubieuze man, die zowel collaboreerde als de illegaliteit van dienst was. In zijn dossier is ook de getuigenverklaring te vinden die Jan Pel (Zaandam, 22-10-1918) -de zoon van Geertje- een kleine drie weken na de bevrijding aflegde over Jansen en diens ‘foute’ collega’s Hendrik van der Kraan en Jan Bloemsma. In het verhaal komt ook een Bob Pel voor, een Zaandamse politieman die wel van onbesproken gedrag was. Hieronder de tekst van Jan Pels getuigenverklaring, die her en der wat aanvullende informatie bevat op hetgeen al bekend was.            

“Wij hadden een Joods kind, van familie van ons, in huis. Dit is driemaal (om het half jaar) verraden door v.d. Kraan, die schuin tegenover ons gewoond heeft (was bij de S.D., is later naar Amsterdam verhuisd). Twee keer is de opdracht tot arrestatie buiten Zaandam om gegeven, de derde keer ging het over de Zaandamse politie. De eerste twee keren zijn wij naar de S.D. gegaan en hebben het afgekocht. De laatste keer is Bloemsma hier geweest, alleen. Toen hij geen resultaat had heeft hij geprobeerd Jansen op te bellen, wat niet lukte. Diezelfde dag zijn ze toen 4 à 5 maal aan de deur geweest. Jansen was hierbij de opdrachtgever en de eerste man tussen de S.D. en hier. Hij was de hoofdpersoon die de opdracht van de S.D. tot arrestatie kreeg. Hij stuurde er een ander op af omdat hij zelf niet durfde, in verband met de naam Pel. (Bob Pel is geen familie van ons, maar wel een goede kennis.) Daarna heeft Jansen met Bloemsma en nog een agent nog een keer huiszoeking gedaan. Jansen is hier hoofdzakelijk geweest voor onderduikers (de tweede keer met huiszoeking). Mijn broer en ik waren n.l. onderduikers en de S.D. was daar bij een huiszoeking achtergekomen en had het aan de Zaandamse politie doorgegeven. Zonder te waarschuwen is hij toen gekomen (toevallig hadden wij van Bob Pel een seintje gekregen). Dit was in de tijd toen Jansen nog niet als goed bekend stond. Met dat Jodenkindje heeft Jansen werkelijk kwaad gedaan, want anders had hij het moeten verzwijgen. Als hij gewild had, had hij het kunnen laten lopen. Mijn moeder is te goeder trouw naar de Euterpestraat gegaan; het kind was al verborgen. Mijn moeder is nog steeds niet terug. Op dezelfde dagen is bij Sap in de Pr. Hendrikstraat hetzelfde gebeurd, evenals bij H. Fris op de Pr. Hendrikkade (alles verraden door v.d. Kraan).”

Voor de enkeling die nog denkt dat Tonny Jansen een ware verzetsman was; bekijk zijn imposante dossier bij het Nationaal Archief en kom tot een andere conclusie.

afbeelding 4 Swaab (Marion/Map)
Geertje Pel en onderduikster Marion Swaab

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.