Buurthuiswerk in gevaar

“Buurthuis verdwijnt in rap tempo”, kopte de Volkskrant vanochtend op de voorpagina. Volgens het dagblad neemt het aantal buurthuizen in hoog tempo af en zouden er al zeker honderd gesloten zijn. Dat laatste getal lijkt me een conservatieve schatting, als ik zie hoeveel buurtcentra er alleen al in Zaanstad zijn afgestoten. En het eind is nog niet in zicht.

Bij Welsaen, dé buurthuisbeheerder van Zaanstad, staan er opnieuw forse ingrepen aan te komen. De werknemers worden langzaam voorbereid op een nieuwe afscheidsronde, na de eerdere bezuinigingsoperaties die Welsaen al onderging. Enkele medewerkers hebben de stichting al moeten verlaten en met name het middenkader schijnt er straks aan te moeten geloven. Ook het sociaal-cultureel werk in Wormerland komt waarschijnlijk niet ongeschonden uit de strijd. Het komende jaar zal het nog wel loslopen, daarna begint het bal. Zoals een politicus me zei: “In 2014 zijn er verkiezingen, dus tot die tijd gebeurt er niets. Maar in 2015 zal er stevig worden bezuinigd.”

Een deel van de resterende buurtcentra is inmiddels in handen van vrijwilligers. Dat gaat gepaard met discontinuïteit en onzekerheden. Vrijwilligers hebben vaak geen kaas gegeten van een verantwoord beheer, onderhoud en exploitatie. Dat moet je ook niet van ze verwachten. De overheid heeft hierin een taak, door te zorgen voor de financiën die een professionele werkwijze mogelijk maken. Doet ze dat niet, dan zullen op de langere termijn de kosten flink oplopen. Preventief werken kun je niet altijd meten in harde getallen, de stijgende overlast- en criminaliteitscijfers als gevolg van het afgebroken welzijnswerk daarentegen straks wel.   

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.