42.500 horrorplekken

Aan de vooravond van de jaarlijkse Hannie Schaftherdenking kwam het bericht dat nazi-Duitsland verantwoordelijk was voor niet minder dan 42.500 kampen en getto’s. Het kon dus nog erger dan altijd werd gedacht. Tot niet zo lang geleden werd er uitgegaan van zo’n 7.000 van dit soort horrorplekken. Het Amerikaanse Holocaust Memorial Museum kwam na jarenlang onderzoek dus tot een vele malen hoger getal. En dan zijn de Nederlandse werkkampen voor joden nog vergeten ook, zo bleek maandag.  

Het bericht lezend moest ik terugdenken aan Max Nunes Nabarro. Een jaar of vijf, zes geleden was ik bij hem thuis in Amsterdam. Terwijl zijn eveneens joodse vrouw Beppie vertelde over haar onderduik- en verzetsjaren -onder meer in Zaandam- luisterde Max vooral. Tot hij op een gegeven moment zei: “Ach ja, 1940-1945. Dát was nog eens een tijd.” Het sarcasme lag er te dik bovenop om te missen.

Het oorlogsverhaal van Max Nunes Nabarro bleek nog gruwelijker te zijn dan dat van zijn vrouw. Waar zij dankzij valse papieren en onderduikhulp de gaskamer kon ontlopen, moest haar man op andere manieren zien te ontsnappen aan de dodelijke klauwen van de nazi’s. Al in het najaar van 1942 kreeg hij te maken met dwangarbeid, vlakbij een uitspanning met de in dit verband cynische naam Bethlem. Daarna ging het snel. De Amsterdammer belandde als gevangene achtereenvolgens in Westerbork, Sakrau, Königshütte, Ludwigsdorf, Brande, Blechhammer, Gross Rosen en Buchenwald. Uiteindelijk zou hij in bijna drie jaar tijd dus acht verschillende kampen van binnen zien. Met onnoemelijk veel geluk wist hij keer op keer te ontsnappen aan de dood (die hem uiteindelijk pas in 2011 achterhaalde). Ik ken geen enkele joodse man of vrouw die al zo snel in een concentratie- of werkkamp belandde, er daarna zoveel van binnen zag en desondanks de bevrijding wist mee te maken. Dat zijn vrouw en zijn in de oorlog geboren dochter eveneens de oorlog overleefden mag een tweede wonder worden genoemd.  

Wat bleef waren de herinneringen. Max Nunes Nabarro wilde zijn oorlogsverhaal nooit kwijt aan de buitenwereld. In zijn optiek was zijn geschiedenis niet alleen onvoorstelbaar, maar ook onvertelbaar. Gelukkig maakte hij een uitzondering voor zijn kleindochter, zodat er in ieder geval nog iets op papier bewaard bleef. Al had hij natuurlijk gelijk toen hij zei dat mensen die de kampen niet hadden meegemaakt zich nooit een volledige voorstelling konden maken van hetgeen daar gebeurde. Als we er al niet eens in slagen om het aantal Duitse kampen en getto’s te tellen, dan is hetgeen daarbinnen gebeurde al helemaal moeilijk voor te stellen. Desondanks moeten we dat blijven proberen, keer op keer.

 En over Hannie Schaft gesproken: binnenkort zal ik bekendmaken welke Zaandammer verantwoordelijk was voor zowel haar arrestatie als die van haar geliefde Jan Bonekamp. Het is -daar gaan we weer- moeilijk voor te stellen, maar zonder die ambtenaar had Hannie Schaft (1920) nu wellicht nog geleefd.

Op 8 maart om 11.00 uur wordt ze herdacht bij het aan haar gewijde monument in de Zaandamse Westzijde. U bent welkom.

2 reacties op “42.500 horrorplekken”

  1. Robertine Nunes Nabarro, Mrs.

    Hallo, Eric,
    Zojuist heb mijn opa ge Googled. Max Nunes Nabarro. Ik wil je even corrigeren w.b. de foto. Op die foto staat mijn opa Max, of Moos, of Mozes, met zijn vrouw, mijn oma, Martha Nunes Nabarro-Grishaver. Het kleine jongetje is mijn neefje, Albert, zoon van mijn tante Annie van Raalte-Nunes Nabarro, oudere zus van mijn vader, en dochter van Moos en Martha.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *