Massa’s op de Mount Everest

Mei is de maand dat de Mount Everest het makkelijkst te beklimmen valt. Alles is natuurlijk relatief, maar inmiddels hebben er eenbenigen, 80-jarigen, blinden, kinderen en armlozen op de top gestaan. Er ontstaan in mei complete files op de berg. Honderden mensen zonder noemenswaardige klimervaring gaan onder leiding van commerciële bureaus de uitdaging aan. Waarbij uiteraard regelmatig klimmers om het leven komen, maar that’s all in the game.

Ik heb sinds 1994 vier keer trekkings gedaan in de Nepalese bergen. Het is er waanzinnig mooi, vandaar. In het najaar van 1997 heb ik ook een stukje Everest bestegen, tot 5300 meter hoogte. Drie weken zijn we onderweg geweest. Het was zwaar en het was prachtig. Maar we zagen ook de gevaren. Daags nadat we de eerste kilometers aflegden stortte er in de buurt een helikopter met toeristen neer: één dode en vijf gewonden. Na een week passeerden we twee sherpa’s die een lijk wegdroegen: het slachtoffer was dronken in een rivier gestapt. Een week later veroorzaakte een Tsjechisch gezelschap vlakbij ons een lawine: drie doden en een onbekend aantal gewonden.

Het was toen al druk en regelmatig riskant op de berg. Toen ik een paar jaar geleden weer in Nepal kwam, bleek Kathmandu voller en smeriger dan ooit. Ook de natuur bleef niet gespaard. Talloze bergen waren vervuild met toeristisch afval. En uiteraard vielen er weer veel slachtoffers onder de nogal eens ongetrainde buitenlanders die deze Himalayastaat bezochten.

Misschien moet Nepal het aanpakken zoals buurland Bhutan. De regering daar maakt het verblijf voor buitenlanders erg duur en sluit complete berggebieden af voor toeristen. Het resultaat: de relatief weinige bezoekers -jaarlijks enkele tienduizenden, een fractie van het aantal op de Zaanse Schans- betalen veel, maar vinden een vrijwel ongerept land. Wel zo prettig. Ook voor de plaatselijke bevolking.

  

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.