Paardenbakbeleid

Iedere beroepsgroep heeft zijn eigen taalkronkels.

Toen ik nog in ziekenhuis De Heel -later Zaans Medisch Centrum-werkte, was het onder verpleegkundigen normaal om te concluderen dat er ergens een blindedarm lag. De kreunende patiënt die het genoemde orgaan huisvestte dachten we er wel bij. Het journalistieke wereldje staat ook bol van de beroepsdeformatie, met woorden als ‘hoerenjong’ en ‘overlees’. Maar luister een uurtje naar een Zaanstedelijke raadsvergadering, zoals ik onlangs deed, en al het andere jargon verbleekt. Burgemeester Faber vond in één spreekbeurt iets ‘vrij uniek’, ‘bijzonder uniek’ en ‘redelijk uniek’. Dat is hetzelfde als een onomstreden Koningslied of een bescheiden Mart Smeets. Onmogelijk dus. Bij het door Faber gebruikte woord ‘paardenbakbeleid’ dacht ik eerst aan de fraudezaak waarbij edele viervoeters vermomd als rundvlees in de pan belandden. Het bleek echter te gaan over het huisvesten van paarden in de buurt van woningen. De mooiste uitspraak tijdens dat raadsdebat kwam van wethouder Straat. Hij hield de toehoorders luchtigjes voor: ‘Het lijkt ons verstandig het op die manier aan te vliegen.’

Ik vond het een enigszins unieke uitspraak, maar kon er verder helaas niets van bakken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.