(Wei-)land zonder contrasten

Een liefdevolle schets van de Zaanstreek, in 32 dagelijkse afleveringen. Vandaag deel 10.

Die gemankeerde kerken in de blog van gisteren brengen ons op de stelling dat de Zaanstreek eigenlijk nauwelijks contrasten kent. Het was van oudsher een gebied waar je je kop niet boven het maaiveld moest vertonen. Er werd veelal inverdan gebouwd, achter de rooilijn. Opdat het niet meteen opviel. Het was altijd een egalitaire samenleving. Natuurlijk, het wemelde er van de gefortuneerde fabriekseigenaren. Maar die moesten daar vooral niet mee te koop lopen. Dus smeerden ze snel een lading verf op hun nieuwe woning, om te verbergen dat het gebruikte hout een stuk duurder was dan dat van de armere buren. Albert Heijn en zijn stinkend rijke familie? “Het waren gewone arbeiders. Enkel, ze waren hoger. Daarom moest je voor ze werken”, aldus opper-Zaankanter Klaas Woudt.

Ruud Vreeman illustreerde die egalitaire houding ooit met een praktijkvoorbeeld, opgedaan tijdens zijn burgemeestersjaren in Zaanstad (1997-2004) en Tilburg (2004-2010). Bij de Tilburgse voetbalclub Longa bood de voorzitter hem excuses aan, omdat de kassamedewerker burgervader Vreeman niet herkende en entree liet betalen. Bij de Koogse voetbalvereniging KFC vroeg de verkoper van het programmaboekje: “Toch wel betaald, burgemeester? Want u kunt het beter lijen dan ik.”

Zaankanters zijn over het algemeen best trots op hun afwezigheid van eigendunk. Respect en eerbied moet je verdienen, bij voorkeur door ‘gewoon’ te blijven. Oók als grootgrutter, óók als burgemeester. In de grond zijn we immers allemaal hetzelfde.

DSC_0200

 

1 reactie op “(Wei-)land zonder contrasten”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *