De fascistische jeugd van PVV-Kamerlid Raymond de Roon

Op 7 maart 2015 maakte De Telegraaf bekend dat PVV-Kamerlid Raymond de Roon vragen had gesteld aan minister Koenders van Buitenlandse Zaken. De aanleiding: in een Turks ziekenhuis werd een gewonde IS-commandant verpleegd. En dat vond De Roon niet kunnen: “Deze terrorist moet in een diepe kerker worden gegooid in plaats van te worden vertroeteld in een ziekenhuis.” Wat Koenders betrokkenheid was bij de verpleging in het verre buitenland bleef onhelder. En dat de Conventie van Genève ook de verpleging van gewonde vijanden verplicht stelt zal De Roon worst zijn. Gewonde islamisten dienen te creperen.

Genadeloosheid en geweld zijn een constante in De Roons gedachtegoed. Dat daarbij wetten en afspraken mogen worden geschonden eveneens. Hieronder een citaat uit mijn boek Averechts (2014). Het biedt een onthullend kijkje in de fascistische jeugdjaren van Raymond de Roon. We schrijven de jaren 1970 en 1971, toen de extreemrechtse Nationale Veiligheidsbrigade (een uitvinding van de Amsterdamse maker van het ultrarechtse blad De Vrije Pers en would-be-politicus Max Lewin) met geweld een einde wilde maken aan alles wat links was of leek.  

Van een heel ander kaliber was de open brief die Charles Evers uit Oegstgeest en Amsterdammer Raymond de Roon aanboden aan De Vrije Pers. Een halve pagina lang mochten de twee scholieren zich beklagen over ‘de destructieve politiek van linkse extremisten’. Als de overheid en politie daar niet harder tegen optrad ‘zal de zwijgende meerderheid gedwongen worden het parlementair-democratische stelsel tijdelijk buiten werking te doen stellen om langs buitenparlementaire weg tot een krachtig bewind te geraken’. Het Griekse kolonelsbewind was daarbij hun lichtend voorbeeld. Ze eisten dat de overheid ‘instellingen als de ASVA, Socialistische Jeugd, Rode Jeugd, VPRO enz. (…) met àlle middelen zal bestrijden en de kop indrukken’. Omdat ze wel inzagen dat dat er voorlopig niet in zat riepen ze hun leeftijdsgenoten op een ‘Nationale Jongerenorganisatie ter verdediging van de normen en waarden van onze samenleving en ter bestrijding van extremistische uitwassen’ op te richten.

Raymond de Roon wilde dus als 18-jarige de parlementaire democratie een tijdje afschaffen en gewelddadige ordediensten stichten. Hij werd in 2006 Tweede-Kamerlid voor de Partij voor de Vrijheid en vier jaar later ook nog PVV-raadslid in Almere. In zijn hoedanigheid als volksvertegenwoordiger stelde hij voor om stadscommando’s te formeren die de verloedering van Nederland hardhandig konden tegengaan. Het deed denken aan een organisatie waarbij De Roon zich in de zomer van 1971 aansloot, de Nationale Veiligheidsbrigade. Deze vereniging kwam tot stand na een oproep in, opnieuw, De Vrije Pers. ‘Ex-beroepsmilitair, uitholling van onze nationale weerbaarheid meer dan beu, zoekt contact met andere ex-beroepsmilitairen, oud-commando’s en mariniers, voormalige leden van de Koninklijke Marechaussee, gewezen politiefunctionarissen, leden en ex-leden van de Nationale Reserve en andere gezagsgetrouwe burgers van Nederlandse nationaliteit voor oprichting van een Nationale Veiligheidsbrigade’, luidde de lange volzin waarmee een anonymus zijn plan bekendmaakte. Het lijkt er overigens sterk op dat achter de ‘ex-beroepsmilitair’ niemand minder dan Max Lewin schuilging. Hij beantwoordde namens de NVB de vragen van nieuwsgierige journalisten, berichtte via zijn eigen blad over de vorderingen en begon daarin tegelijkertijd een ‘cursus zelfverdediging anti-guerilla oorlogvoering’ die gericht was tegen ‘politieke gangsters’. Belangstellenden ‘zal de wapenvoering worden geleerd, het vervaardigen en onschadelijk maken van ontplofbare stoffen, handgranaten, landmijnen enz. enz.’

Misschien wel de duidelijkste aanwijzing dat Max het NVB-brein was leverde de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Net als bij veel van Max’ eerdere initiatieven achtte de dienst het raadzaam om onmiddellijk over te gaan tot observatie en infiltratie. Bewaard gebleven BVD-verslagen geven een goed beeld van de NVB-vergaderingen. Op 30 oktober 1971 vond de eerste plaats. Het Amsterdamse Cosy Corner bood de brigade-in-oprichting gastvrijheid, net als het eerder had gedaan bij Nieuw Rechts. ‘Omstreeks 11.30 uur waren in een bovenzaal van genoemd café 19 personen bijeen, waaronder twee vrouwen’, noteerde de BVD-afgevaardigde in zijn verslag. Max had de uitnodigingen verzonden, zat de bijeenkomst voor en voerde het merendeel van de tijd het woord. Op een vraag wat te doen tegen bijvoorbeeld terreur, antwoordde hij ‘dat de leden van de NVB gewapend moeten zijn en dus te allen tijde kunnen optreden’. Dat het recht niet in eigen hand genomen mocht worden, zoals in het zaaltje werd geopperd, schoof Max volgens de BVD-notulist terzijde. ‘Hij (Lewin) staat in contact met iemand die zeer bekwaam is in het omgaan met springstoffen.’

Raymond de Roon had op zijn idee voor een ‘Nationale Jongerenorganisatie’ onvoldoende respons gekregen, maar de Nationale Veiligheidsbrigade leek hem een prima alternatief. De inmiddels 19-jarige rechtenstudent aan de Vrije Universiteit was een van de weinigen die tijdens de NVB-oprichtingsvergadering opmerkingen plaatsten. Hij ‘vertelde zich dood te ergeren aan de langharige elementen die de VU bevolken; toevallig kreeg hij een nummer van het blad De Vrije Pers in zijn bezit en daarna is hij in contact getreden met Lewin’, aldus de BVD-waarnemer. De Roons ergernis was voldoende reden om zitting te nemen in het driekoppige NVB-bestuur, naast de Haagse gehoorapparatenverkoper Pieter M.J. van der Linden en diens stadsgenoot Paulus van Goch.

De BVD analyseerde het mogelijk gevaar dat uitging van de weerbaarheidsvereniging. ‘Tijdens de vergadering bleken er nogal wat verschillen van inzicht te bestaan over de eventueel te ondernemen activiteiten: sommigen wilden van de NVB een regelrechte knokploeg maken, anderen wensten uitsluitend legale acties te voeren. Evenmin was men het aanvankelijk eens over de vraag of de NVB-leden al dan niet bewapend moesten worden. (…) Het bleek dat Van Goch een man van de daad was; hij zou het liefst direct met een aantal medestanders de straat opgaan om daar orde op zaken te stellen, getuige uitlatingen als: “We zullen die raddraaiers en dat andere tuig wel eens leren.” Van der Linden stelde zich wat minder militant op.’ Al te grote zorgen maakte de Binnenlandse Veiligheidsdienst zich niet. ‘Aangezien er aanwijzingen zijn dat de bestuursleden gecoacht worden door Max Lewin lijkt de kans groot dat ook deze organisatie de weg zal volgen van vele andere politieke creaties van deze figuur en roemloos zal verdwijnen.’

Die laatste inschatting klopte. Binnen het jaar viel de NVB uiteen in een relatief gematigde stroming die werd geleid door Van der Linden en een radicale vleugel met onder andere Van Goch die aansluiting vond bij de net opgerichte, nazistische Nederlandse Volksunie. Raymond de Roon was toen al van het toneel verdwenen. Zijn ouders dwongen hem om zijn bestuurslidmaatschap op te geven nadat een voormalige NSB’er zich bij hun voordeur vervoegde. Van der Linden: ‘De vader werd hierdoor zo van weerzin vervuld dat hij zijn zoon direct verbood nog verder met ons in zee te gaan.’

De Roon

1 reactie op “De fascistische jeugd van PVV-Kamerlid Raymond de Roon”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *