Over Willem Drees en Verkade

Een liefdevolle schets van de Zaanstreek, in 32 dagelijkse afleveringen. Vandaag deel 19.

Het was in Nederland armoe troef na de Tweede Wereldoorlog. De omstandigheden waren zodanig slecht dat de Verenigde Staten wel wat hulp wilden geven. De Amerikaanse afgezanten Paul Hoffman en Averell Harriman begaven zich in 1947 naar de woning van premier Willem Drees, om met hem de details te bespreken van de beoogde ontwikkelingshulp. Het huis van de minister-president aan de Haagse Beeklaan oogde bescheiden, vonden de twee diplomaten. Maar wat echt indruk maakte was het Mariakaakje dat mevrouw Drees serveerde bij hun kopjes thee. Het gortdroge Verkadekoekje overtuigde hen ervan dat Nederland zo ongeveer op de rand van de hongersnood leefde. “In een land waar de premier zo leeft, is ons geld goed besteed”, zou Harriman na het bezoek zeggen. Nederland ontving ruim 1 miljard dollar noodhulp, verhoudingsgewijs meer dan welk ander Europees land ook. Met dank aan de firma Verkade, sinds 1886 gevestigd in Zaandam.

Apocrief, dit verhaal? Maakt niet uit, het zou zomaar waar kunnen zijn. En Verkade is op en top Nederlands cultuurgoed. Van de waxinelichtjes tot de albums van Jac. P. Thijsse en van de fair-tradechocoladeletters tot de roemruchte Verkademeisjes.

Jammer toch dat het Zaandamse fabriekscomplex aan de Westzijde in 1990 werd overgenomen door een Engelse multinational. Nou ja, het Mariakaakje bestaat nog. Al ruim honderd jaar, om precies te zijn.

DreesWat, geen koekje?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.