Bij de dood van Ruud Pauw (1960-2022)

Voor Jascha, om te beginnen. En verder voor alle anderen die Ruud een warm hart toedragen.

Begin 1985 belde Ruud Pauw. We kenden elkaar vaag. Hij voerde actie in de noordelijke Zaanstreek, ik deed dat op bescheidener schaal in Zaandam. Gemene deler was dat we beiden bij de PSP zaten. (Voor de vijftigminners; dat was een pacifistisch-socialistische partij die later opging in GroenLinks.) Ruud was bestuursvoorzitter van de PSP, ik min of meer slapend lid. Ruud hield het aan de telefoon kort, zoals hij dat – merkte ik nadien – vaak deed.
“We zoeken een nieuw bestuurslid. Wil jij dat worden?”
Ik was overrompeld. Voelde me vereerd. En werd tegelijkertijd bang voor de omvang en verantwoordelijkheid van de aangeboden taak.
“Maar wat moet ik dan doen?”, stamelde ik.
“Nou”, zei Ruud met een lachje. “Je mag wel voorzitter worden.”
Het aanbod van een voorzitterschap was uiteraard een geintje. En pas later kreeg ik door dat ze bij de PSP allang blij waren dat er eindelijk iemand zo gek c.q. naïef was om het bestuursgaatje te vullen.

Ruud hield wel van een verrassing. Dat pakte soms goed uit in de vaak formalistische plaatselijke politiek. Na de PSP en een minder geslaagd experiment met de PSP’92 ontstond in 1995 de Zaanse politieke vereniging ROSA. Ruud werd daarvan drie jaar later het eerste raadslid. In de zomer van 1999 trouwde hij met Paula. Als trouwambtenaar vroegen zij – verrassing – de hen sympathieke VVD-wethouder Rens Berkhout. Toen Ruud diezelfde zomer in de gemeenteraad voorstelde om in het centrum van Zaandam een openbaar toilet te plaatsen, protesteerden er enkele fracties. ROSA vertelde namelijk niet waar de tienduizenden guldens vandaan moesten komen voor de bouw en het onderhoud. Rens Berkhout, zeer gevleid door het even eerder ontvangen verzoek om het huwelijk van Paula en Ruud te sluiten, maakte gehakt van de bezwaren. Tegen alle regels in gaf hij een positief stemadvies, zeggende dat hij wel een potje zou vinden om de publieke wc mogelijk te maken. Korte tijd later stond er naast het voormalig postkantoor in Zaandam een gebouwtje voor de hoge nood, dat sindsdien in ROSA-kringen door het leven gaat als de Pauwentroon.

Ruud was een man met veel talenten. Zo konden zijn handen maken wat zijn ogen zagen. De monumentale bouwval aan de Zaanweg die hij eigenhandig omtoverde tot een houten paleisje voor Paula en zichzelf is daarvan slechts één voorbeeld. Nadat hij zijn leraarschap had verruild voor een bestaan als glazenier vroeg ik hem om een deur in mijn huis aan te kleden met glas in lood. “Zie maar wat je er van maakt”, zei ik. “Verras me.” Toen de deur na enkele weken terugkwam, bleek die gevuld te zijn met persoonlijke glas-in-loodverwijzingen. Een rode cirkel symboliseerde het socialisme. Het krakerssymbool en anarchistenteken hadden een plek gekregen. En ook de anti-fascistendriehoek ontbrak niet. Ik was aangenaam getroffen. “Maar wat betekenen die horizontale witte en blauwe strepen?”, vroeg ik. “Dat is de vlag van Argentinië”, zei Ruud met een grijns. “Omdat je Máxima zo leuk vindt.”
Tot dat moment was ik me niet bewust van mijn royalistische inslag. Verrassing.

Ruud was een bouwmeester, een geliefde meester in het middelbaar onderwijs en een leermeester voor velen in en om de gemeenteraad. In de media is hij – terecht – geprezen als dé monumentenman van Zaanstad. Maar hij was zoveel meer dan dat. Met een aantal anderen kraakte hij in 1984 de verpauperde, leegstaande gasfabriek aan het Weiver in Krommenie en maakte daar een bruisend sociaal-cultureel centrum van. Bijna vier decennia later geldt De Groote Weiver, zij het op een andere plek, als een niet meer weg te denken fenomeen. Andere panden die de overigens zeldzaam gemoedelijke kraakbeweging in de noordelijke Zaanstreek overnam en opknapte staan nog recht overeind. Met dank, opnieuw, aan Ruud Pauw. Hij was actief in het Anti-Fascisme Komitee Krommenie. Hij verzamelde met de plaatselijke anti-apartheidsgroepering duizenden gulden om zo een bescheiden steentje bij te dragen aan de vrijheidsstrijd in Zuid-Afrika. Hij draaide mee in vredesorganisaties. Allerlei milieugroepen deden een beroep op hem, en zelden vergeefs. Historische verenigingen; idem dito.

Never a dull moment met Ruud. Hij was de man van de mooie verhalen en de slechte moppen. Ik vermoed dat honderden Zaankanters het antwoord kennen op zijn vraag: “Weet jij wanneer een brandweerman begint te spuiten?” [Google vooral wanneer je nog niet op de hoogte bent.] Het zij hem vergeven.

Echt begeesterd werd hij wanneer de wonderen van de natuur ter sprake kwamen. Zo kon hij met een sappige Zaanse tongval eindeloos vertellen over de gierzwaluw, die dag en nacht bleef rondvliegen zonder landingsnoodzaak. Maar met dezelfde geestdrift en kennis van zaken verhaalde hij over de al dan niet Zaanse geschiedenis, van Domela Nieuwenhuis tot de tegels op een antieke smuiger. Het is niet toevallig dat het ROSA-team meermalen de jaarlijkse Zaanse geschiedenisquiz won.

Ruud was een veelweter. Een veelkunner. En een veelwiller. Wanneer hij de biervoorraad van De Groote Weiver weer eigenhandig had doen slinken, fonkelde het vuur van de opstand in zijn ogen en wilde hij nog wel eens de revolutie voorspellen of afkondigen. Zijn consequente pacifisme maakte dat hij de volgende ochtend toch maar weer koos voor de trage, maar vaak succesvollere mars door de gevestigde instituties. Zij het dat hij die wel op de hem kenmerkende manier doorliep. Een gezagsgetrouwe anarchist was hij, zij het met wellicht iets meer nadruk op het laatste woord.

“Eigenwijs en bijzonder, integer en lief”, vatte oud-wethouder Hans Luiten hem raak samen. Het zijn eigenschappen die veel Zaankanters in die gedreven Wormerveerse idealist herkenden.

Goed gedaan, Ruud.

11 gedachten over “Bij de dood van Ruud Pauw (1960-2022)”

  1. Mooie typering van de persoon Ruud en tevens een stukje lokale sociale en politieke geschiedenis waar we allen wel een beetje deel van hebben uitgemaakt. Mooi beschreven en een mooi eerbetoon.

  2. Prachtig beschreven Erik. Ondanks onze ‘spanningen’ in het verleden die tussen soms leken te bestaan vanwege jullie idealen en mijn beroep, ben ik blij dat ik zowel Ruud als jou heb leren kennen en heb weten te waarderen. Dat Ruud moge rusten in vrede en dat een ieder hem moge herinneren als een pracht mens.

  3. Baki Torbacioglu

    Beste Ruud, ik kende je in de eerste helft van jaren 90 in de Grote Weiver waar ik af en toe kwam. Toen zag ik elke keer dat Ruud met een aantal mensen beetje glimlachend en serieus, maar wel zelfverzekerd in het gesprek was. Wanneer hij mij zag, noemde hij meteen mijn naam hoewel hij mij niet vaak zag, 1 of 2 keer per jaar. Dit betekent dat hij in zijn geheugen behoorlijk sterk was. Drie weken geleden kwam ik Gerrit in de Deka in Krommenie van wie ik hoorde dat Ron en Ruud behoorlijk ziek zijn. Op dat moment geloofde ik daar niet in hoe deze twee sterke en van het leven houdende mensen bijna aan het einde van hun leven komen!! Lieve Ruud, blijf je vast in mijn gedachten met goede herinneringen!! Vaarwel lieve Ruud!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.