Het BVD-dossier van Gerard Reve (1)

Bij het Nationaal Archief liggen ruim 71.000 persoonsdossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en haar voorgangers BNV en CVD. Waaronder vele over prominente Nederlanders. Op deze site staan de verhalen die hun biografieën niet haalden. Ditmaal het geheime dossier over Gerard Reve.

Twee van ‘De Grote Drie’ in de Nederlandse literatuur hadden de belangstelling van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Alleen W.F. Hermans bleef gevrijwaard van overheidsbemoeienis. Over de omgang met Harry Mulisch kunt u hier lezen. Nu Gerard Reve (14-12-1923). ‘Door het dolle heen heb ik mij op B. gestort en hem met mijn vuisten bewerkt.’

Opname uit het tv-programma ‘Gerard Reveshow’, 1974 (Nationaal Archief/Anefo).

Beperkt openbaar

De tienduizenden bij het Nationaal Archief opgeslagen BVD-dossiers dragen het predicaat ‘beperkt openbaar’. Het betekent dat je ze, na schriftelijke goedkeuring, mag inkijken en overtikken. Kopiëren is tot nader order uit den boze. En het openbaren van persoonlijke gegevens van nog levende personen kan zelfs worden bestraft. Om die reden komt in onderstaand verhaal ene ‘B.’ voor. Hij is in de tachtig, maar nog springlevend en daarom geanonimiseerd.

Reves dossier bevat ook enkele door de media gemiste anekdotes.

De hoofdrol is overigens weggelegd voor Gerard Reve. Dat de BVD over hem een dossier aanlegde, had in eerste instantie te maken met het communistische nest waaruit hij viel. Reve moest al snel niets hebben van die ideologie – hij hing uiteindelijk zelfs opzichtig de VVD-beginselen aan –, maar door de jaren heen bleef de dienst toch informatie over hem verzamelen. Het betrof vooral krantenknipsels over zijn soms merkwaardige – al dan niet racistisch getinte – uitspraken en andere strapatsen. Reves dossier bevat echter ook enkele door de media gemiste anekdotes. En dan bedoel ik niet de verbazing die een ambtenaar van de geheime dienst uitspreekt over De Avonden als prijswinnend boek.

Minister

Een van de vastgelegde anekdotes betreft een brief van Reve aan een minister. Aangezien die laatste nog leeft, houdt u dat verhaal van mij tegoed. Nu een bijdrage over de agressie van de zelfbenoemde ‘volksschrijver’. Het relaas begint in de zomer van 1970 en bij de illustere Amsterdammer Julius Vischjager (1937-2020). Uit een vertrouwelijk BVD-rapport de dato 20-7-1970: ‘Julius Vischjager wilde onlangs op bezoek gaan bij de auteur Gerard Cornelis van het Reve in zijn woonplaats Greonterp in Friesland. Het doel van zijn bezoek bleek uit het gevoerde gesprek niet erg duidelijk. Van het Reve was voorbereid op de komst van Vischjager; hij had een grote tuinschop klaargelegd om Julius van zijn voorgenomen bezoek af te houden. Vischjager werd door het anders zo stille Friese gehucht achternagezeten, waarbij hij tijdens het handgemeen licht werd geblesseerd door Gerard C. Julius overweegt om een aanklacht tegen Van het Reve in te dienen i.v.m. de kosten van een doktersbehandeling.’

Julius Vischjager tijdens een discussie in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky, 22-4-1970 (Nationaal Archief/Anefo).

Gewelddadige alcoholist

Volgens Frans Peeters, die in 2007 het boek De Vuisten van Gerard Reve, het gekwelde leven van een gewelddadige alcoholist op de markt bracht, was de mishandeling van Vischjager niet uitzonderlijk. Reve ‘was gewoon te slaan, te schoppen en met voorwerpen te smijten. Een boekhandelaar kreeg dakpannen naar zijn hoofd, Matroos Vosch een houtblok, Wimie een gietijzeren braadpan. Een vriendje van Teigetje werd de trap af gejaagd terwijl de volle flessen Grolsch hem om de oren vlogen. De journalist Julius Vischjager sloeg hij bijna dood, de dichter Simon Vinkenoog mepte hij voor een volle schouwburg tegen de planken. De redenen van al die gewelddadigheid waren uiteenlopend: alcoholisch, farmaceutisch, psychisch, of alleen maar een diep verlangen naar stilte en concentratie.’

Gerard (van het) Reve in 1969 (Nationaal Archief/Anefo).

Incident

De destijds 28-jarige B. heeft waarschijnlijk geen weet van de risico’s die hij loopt wanneer hij met een vriend besluit om Reve op te zoeken in diens Friese dorp. ‘Dienstgeheim’ staat er boven het verslag van een gesprek – dat overigens meer op een verhoor lijkt – dat de schrijver voert naar aanleiding van een incident waarvan B. het slachtoffer wordt. De dienstdoende BVD-beambte begint met een verwijzing naar de uitwisseling met Julius Vischjager. ‘Naar aanleiding van een op 17-7-1970 voor de VPRO gehouden vraaggesprek, waarin de in mijn boven aangehaald rapport genoemde kabouter J. Vischjager verklaarde dat een zekere B. ook al eens door G.K. van het Reve zou zijn mishandeld, heeft dezerzijds op 20 dezer met laatstgenoemd persoon een gesprek plaatsgevonden.’

Reve wordt geconfronteerd met Vischjagers beschuldiging. Hij verdedigt zich vervolgens op een wijze zoals alleen hij dat kan. ‘Ik herinner mij nog dat ik in het najaar van 1965 te Nijmegen voor een aantal studenten een lezing heb gehouden. Na afloop daarvan hebben wij samen een borreltje gedronken. Ik werd daarbij aangesproken door een mij onbekend persoon, die zich voorstelde als B. en mij vroeg of hij mij eens in mijn woning te Greonterp mocht bezoeken. In tegenstelling met thans ontving ik in die tijd vrij veel bezoek en ik heb B. dan ook geantwoord, hem wel eens te willen ontvangen.’

Huize Het Gras in Greonterp, waar Reve van 1964 tot 1971 woonde (Wikipedia).

‘Daar ik reeds gasten had, kwam hun bezoek mij erg ongelegen en ik heb dat duidelijk laten merken.’

Ongelegen

B. zet zijn verzoek om in daden. Reve: ‘Enkele maanden later, het was op een avond omstreeks 18.30 uur, stond B. en een mij onbekende jongeman, die zich voor zover ik mij kan herinneren voorstelde als Van Dulleman of Van Dulmen, bij mij voor de deur. Daar ik reeds gasten had, kwam hun bezoek mij erg ongelegen en ik heb dat duidelijk laten merken. Zij vertelden echter dat zij liftende waren gekomen en dat de chauffeur die hen had meegenomen, op hun verzoek van zijn route was afgeweken en hun speciaal naar Greonterp had gebracht. Ik besloot daarop hun toch maar binnen te laten. Nadat wij samen – mijn gasten, B. en diens reisgenoot en ik – hadden gegeten, hebben wij er een gezellige avond van gemaakt, waarbij de drank een voorname rol speelde.

Onbehagen

Hoewel ik dat niet liet merken zat het bezoek van B. en zijn vriend mij niet lekker. Ik trachtte dat gevoel van onbehagen door middel van een extra borrel te verdringen doch zoals gewoonlijk had dat bij mij een averechtse uitwerking. Ik werd uitermate gespannen en prikkelbaar en het feit dat B. zich, naarmate de avond vorderde, steeds brutaler en uitdagender gedroeg, deed daaraan geen goed.

Omstreeks 1.30 uur begon B. op mijn piano te spelen, waarbij hij een afgrijselijk lawaai produceerde. Dat was de druppel die bij mij de emmer deed overlopen. Door het dolle heen heb ik mij op B. gestort en hem met mijn vuisten bewerkt. Mijn poging om hem met een gevulde koffiemelkfles de hersens in te slaan, mislukte door tijdig ingrijpen van mijn huisgenoten. Ik heb B. daarop de deur uitgetrapt, waarbij zijn vriend vrijwillig mijn woning verliet. Het is mij niet bekend waar zij die nacht gebleven zijn, noch hoe en wannneer zij de terugreis hebben aanvaard.

Woorden

Nadien heb ik B. nog eenmaal ontmoet. Dat was geloof ik in 1967, toen ik ergens een van de door mij geschreven boeken besprak. Ik heb daarbij enkele woorden met hem gewisseld, maar over en weer is over het gebeurde in Greonterp niet gerept.

‘Ik beschouw hen als nietsnutten, die nog nimmer iets hebben gepresteerd en trachten te parasiteren op het geld en de goede naam van anderen.’

Verder heb ik nimmer enige bemoeienis met B. en zijn vrienden gehad. Hetzelfde geldt voor J. Vischjager en zijn kornuiten. Ik heb ook geen enkele behoefte om met deze lieden om te gaan. Ik beschouw hen als nietsnutten, die nog nimmer iets hebben gepresteerd en trachten te parasiteren op het geld en de goede naam van anderen.’

Het dorpje Vesc in Zuid-Frankrijk (Wikipedia).

B. doet geen aangifte van de poging tot doodslag. Het is dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst het voorval de moeite van het noteren aard vindt, anders zou het nooit naar buiten zijn gekomen. Reve laat het in ieder geval met een schijnbaar gerust gemoed achter zich. Hij is alweer met heel andere dingen bezig. De koffer moet worden ingepakt. ‘Ik vertrek morgen naar Frankrijk, waar ik een bouwvallig huisje met een grote tuin heb gekocht. Vrij zeker verblijf ik daar de gehele winter. Mijn adres is: Les Chauvins, Quartier de la Peine, Vesc, France 26.’


Waardeer dit artikel

De content op deze website is in en uit principe gratis, maar het maken ervan kost wel geld. Vond je het de moeite waard? Laat het blijken met een kleine bijdrage en help bij het mogelijk maken van onafhankelijke artikelen.

ValutaBedrag





Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *