Het BVD-dossier van Hugo Brandt Corstius

Bij het Nationaal Archief liggen ruim 71.000 persoonsdossiers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en haar voorgangers BNV en CVD. Waaronder vele over prominente Nederlanders. Op deze site staan de verhalen die hun biografieën niet haalden. Ditmaal het geheime dossier over Hugo Brandt Corstius.

‘Eichmann’

Wanneer minister Onno Ruding (Financiën) in november 1984 bezuinigingen doorvoert die onder meer bijstandsvrouwen hard raken, schiet Piet Grijs in zijn Vrij Nederland-column giftige pijlen af. ‘Vorige week kwam het onafwendbare slot aan de vervolging: de Endlösung‘, sneert het alter ego van Hugo Brandt Corstius. ‘Ruding zegt in de Kamer dat wie niet genoeg moeite doet om uit de bijstand te raken, geen bijstand meer moet ontvangen. De ondankbaren moeten verhongeren. Verhongeren duurt te lang. Vergassen is beter. Ruding is de Eichmann van onze tijd.’

Een maand later hoort Cultuurminister Elco Brinkman dat een jury Brandt Corstius voordraagt voor de prestigieuze P.C. Hooftprijs. Brinkman is not amused. Hij weigert de voordracht te bekrachtigen. De reden: deze auteur heeft ‘het kwetsen tot instrument gemaakt’. De P.C. Hooftprijs 1984 wordt niet uitgereikt. Het betekent het einde van dit eerbetoon als staatsprijs. De uitreiking kan pas worden hervat wanneer de P.C. Hooftprijs in 1987 wordt ondergebracht in een aparte stichting. De eerste winnaar van de literaire onderscheiding-nieuwe-stijl: Hugo Brandt Corstius.

Brandt Corstius ontvangt in 1988 de P.C. Hooftprijs (Anefo/Nationaal Archief).

Propria Cures

Dat deze Amsterdammer (29-8-1935/28-2-2014) kan kwetsen als weinig anderen merkt de Binnenlandse Veiligheidsdienst al een kwart eeuw eerder, blijkt uit zijn onlangs vrijgegeven BVD-dossier. Op 3 juni 1959 vraagt een medewerker van de Koninklijke Luchtmacht aan de dienst ‘inlichtingen omtrent het Amsterdams Studentenweekblad Propria Cures en de leden van de redactie van dit blad. Onder toezending van een exemplaar van 19 juli 1958, waarvan de inhoud anti-militaristisch aandoet, verzoek ik U te willen berichten wat U omtrent e.e.a. bekend is, c.q. bij nader onderzoek kan blijken.’

‘In studentenkringen kent men Theo Sontrop wel en noemt men hem iemand zonder enige moraal, een in alle opzichten laagstaand individu.’

De BVD doet niet aan half werk. Een uitgebreid onderzoek levert namen en achtergrondgegevens op over de redactieleden in 1958 en ’59, onder wie student Hugo Brandt Corstius. De speurders kunnen alleen redacteur Theo Sontrop – de latere uitgever – niet goed thuisbrengen: ‘Kon niet worden geïdentificeerd en het vermoeden bestaat, dat dit een pseudoniem is (…) In studentenkringen kent men hem wel en noemt men hem iemand zonder enige moraal, een in alle opzichten laagstaand individu.’

Theo Sontrop in 1971 (Anefo/Nationaal Archief).

Het blijft niet bij deze opsomming. Propria Cures wordt tot op het bot geanalyseerd. Dat leidt tot stevige, bijna literair vormgegeven conclusies over de medewerkers van het blad en hun Umfeld. Een paar fragmenten, te beginnen met een BVD-beschouwing van de gemiddelde P.C.-redacteur: ‘Een vergelijking zou te maken zijn met de nieuwe recruut, die bij het aantrekken van zijn militaire uniform niet alleen zijn burgerpakje aflegt, doch ook zijn moraal en die bewust of meestal onbewust meent, dat de algemeen geldende fatsoensnormen niet meer op hem van toepassing zijn. Heeft hij echter zijn dienstplicht vervuld en keert hij terug in de maatschappij, dan is hij weer de fatsoenlijke burger, die in zijn gebezigde taal en overig doen en laten zich normaal gedraagt en niet meer uit de toon valt.’

‘Tegen alles’

‘De studenten/redacteuren van P.C. ageren tegen alles en iedereen. Men kan van hen niet zeggen, dat zij anti-militaristisch, communistisch, atheïstisch of anarchistisch zijn. Zij zijn tegen alles en demonstreren een uitgesproken negativisme. Zij zijn nergens positief in en daarom is het uitermate moeilijk vat op hen te krijgen. (…) Zij worden in hun doen en laten geheel vrij gelaten en zelfs indirect gesteund door de negatieve houding van veel hoogleraren, die zich nimmer tegen hen uitspreken en die voor een groot gedeelte zelf links en uitgesproken materialistisch zijn ingesteld. Zij schieten in hun opvoedende taak, die zij toch zeker ook hebben, in alle opzichten te kort. De bedoelde redacteuren zou men kunnen rekenen tot een intellectueel nozemdom en zij demonstreren uitsluitend te leven uit de angst en de wanhoop. Zij vinden het leven dikwijls niet waard om geleefd te worden en dit bewijst wel het feit, dat zelfmoord onder de studenten meer voorkomt dan ooit bekend wordt. Speciaal hier in Amsterdam.’

‘De studenten/redacteuren van P.C. ageren tegen alles en iedereen.’

Fragment uit dagblad Trouw (4-2-2020) over Propria Cures, met een tien jaar eerder voor Het Parool gemaakte tekening van Paul van der Steen. Liggend, met bebloed mes, Hugo Brandt Corstius.

Wereldjeugdfestival

Hugo Brandt Corstius staat, als P.C.-redacteur, op de kaart en zal er voorlopig niet meer afkomen. Al helemaal niet wanneer blijkt dat hij diezelfde zomer heeft deelgenomen aan het zevende Wereldjeugdfestival in Wenen. Bij terugkomst vertelt het linkse deel van de Nederlandse delegatie over hun ervaringen tijdens dit door de Sovjet-Unie medegefinancierde evenement, waaraan duizenden jongeren deelnamen. Met name de acties tegen het communistische karakter van het WJF komen in de evaluatie aan bod. Een BVD-notulist: ‘Er liepen daar verscheidene Nederlandse studenten rond, o.w. Hugo Brandt Corstius en Hans Feddema. (…) Zij vonden het werk van deze tegenactie maar stuntelig en speciaal de Nederlandse studenten van deze tegenactie kwakzalvers die te weinig lef en te weinig inzicht in deze hele zaak hadden. Deze drie Nederlandse deelnemers [de derde was Jaap Duppen] vonden dat men om tegenactie te bedrijven dit als deelnemers veel effectiever kon doen dan als buitenstaanders en het merkwaardige was, dat ze dit thans in het geheel niet onder stoelen of banken staken.’

De Tijd (25-7-1959).

Peter Boevé

Bijna ‘alle sprekers uiten zich in enthousiaste bewoordingen over het gehouden festival’, noteert de informant. Een van hen is Peter Boevé. Dat deze rap van de tongriem gesneden Amsterdammer al enkele jaren als BVD-agent actief is (zie ook dit artikel) weten zijn toehoorders uiteraard niet. Er klinkt één dissonant. ‘Alleen H. Brandt Corstius liet een critisch geluid horen. Z.i. was de communistische opzet van het festival zeer duidelijk naar voren gekomen.’

Blijkbaar heeft hij eerder, tijdens een toespraak in het Amsterdamse Bellevue, ook al kritiek geuit op het WJF. De communistische toehoorders vegen hem de mantel uit. ‘Corstius merkte op dat hij om zijn baantje moest denken en dat hij i.v.m. de aanwezigheid van vele collega-journalisten in Bellevue niet dat had kunnen zeggen wat hij misschien gewild had. Corstius meende, dat Boevé in zijn speech van een verkeerd uitgangspunt was uitgegaan door het succes van het festival te gaan afmeten aan het mislukken van de anti-festivalactiviteiten.’

Leidsch Dagblad, 6-11-2004.

Clipper

Door de jaren heen blijft de BVD vertrouwelijke informatie over Brandt Corstius verzamelen. In 1961 figureert hij in een ‘rapport betr. anti-militaristische studenten’. Hij wordt dan ‘genoemd als deelnemer aan een op 25 en 26 maart j.l. te Lunteren gehouden week-end van Werkgroep Anti-militaristische studenten’. Vijf jaar later noteert de BVD dat hij met een Aeroflot van Amsterdam naar Moskou vliegt. Maar interessanter is het verzoek dat ‘USIS’ in februari 1972 aan de BVD richt, bij monde van de Amerikaanse ambassadeur in Nederland. (USIS staat voor United States Information Service, een bureau dat zich bezighoudt met ‘publieke diplomatie’.) ‘A check on the following named person will be appreciated: Name: Hugo Brandt Corstius. Born: August 29, 1935 at Eindhoven. Address: J. Verhulststraat 51, Amsterdam.

‘A check on the following named person will be appreciated: Name: Hugo Brandt Corstius.’

De BVD richt zich met zijn antwoord via de ambassadeur gedienstig tot ‘Clipper’ – de Amerikaanse geheime dienst -, maar heeft weinig nieuws te melden: ‘Wilt u Clipper meedelen dat Hugo Brandt Corstius, wiskunde-leraar en publicist in 1959, in zijn studententijd heeft deelgenomen aan het Wereldjeugdfestival te Wenen en in 1966 een reis naar Moskou heeft gemaakt. Verder is omtrent hem in politiek opzicht niets bekend.’

Controverses

Dat laatste verandert in de navolgende jaren. Hugo Brandt Corstius maakt steeds meer naam als geducht columnist en polemist. Een tekst over het afzien van vervolging tegen ‘Jan Eter’ – een van zijn literaire schuilnamen -, die in NRC Handelsblad van 25 november 1978 Beatrix en Claus over de hekel haalt, belandt in zijn dossier. In zijn BVD-map zitten meerdere knipsels over artikelen die niet juridisch worden onderzocht, maar wel controversieel zijn. Desondanks weet ook dan nog niet iedereen dat Brandt Corstius meerdere pseudoniemen gebruikt. Een van zijn stukken onder weer een andere naam maakt het nodige los bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst.

Brandt Corstius in 1989 in Arti et Amicitae (Stadsarchief Amsterdam).

Op 26 november 1981 plaatst Brandt Corstius onder zijn nom de plume ‘Stoker’ een column in de Volkskrant. De eerste zinnen: ‘Van de vierhonderdduizend mensen die zaterdag demonstreerden hoe zo’n massa door een kernkop het hoekje om kan gaan, moeten we er dus tien aftrekken. Tien vuile smeerlappen. Tien verklede valserikken. Tien koninklijke marechaussees, die ’s ochtends in de kazerne onder veel gegiechel hun uniform uittrokken. Weg met blinkende knopen, koorden en petten. Vale spijkerbroeken en jekken aan en een hoofddeksel op tegen het korte haar. Met een kiektoestel de straat op, en zoveel mogelijk foto’s nemen van soldaten in uniform. Ondertussen leuzen roepen tegen de NATO, alles voor het goede doel. Dezelfde avond gingen de fototjes naar alle legercommandanten, die de komende wintermaanden heerlijk kunnen gaan straffen. Boete, cel; het is jammer dat de Tweede Kamer de nul-optie heeft gekozen van de afschaffing van de doodstraf.’

‘Het is jammer dat de Tweede Kamer de nul-optie heeft gekozen van de afschaffing van de doodstraf.’

Marechaussee

Stoker reageert op enkele leden van het Wapen der Koninklijke Marechaussee. Zij hebben zich vijf dagen eerder in burger onder de honderdduizenden demonstranten tegen kernwapens gemengd. ‘Smeerlappen’ dus, volgens de publicist. ‘Namens de Commandant van de 2e Divisie Koninklijke Marechaussee werd door de waarnemend Brigadecommandant der Koninklijke Marechaussee te Amsterdam verzocht om identificatie van de schrijver van het hiervoor bedoeld artikel’, schrijft de BVD in een ‘confidentieel’ stuk.

De massaal bezochte demonstratie in Amsterdam tegen kernwapens (Anefo/Nationaal Archief).

De geheime dienst gaat op onderzoek uit. Met resultaat. ‘Middels een betrouwbaar contact is gebleken, dat de schrijver van het hiervoor aangehaald artikel, genaamd is, Hugo Brandt Corstius. (…) Volgens eerder bedoeld contact zou H. Brandt Corstius in Vrij Nederland regelmatig artikelen schrijven, gericht tegen de (Nederlandse) overheid en wel onder de volgende pseudoniemen, te weten: Stoker, Piet Grijs, Jan Eter.’ De ‘Commandant van de 2e Divisie der Koninklijke marechaussee is van het resultaat van het onderzoek op de hoogte gesteld’, luidt de slotzin van het vertrouwelijke briefje.

Hugo Brandt Corstius in 1985 in Amsterdam bij de ontvangst van de Busken Huetprijs (Anefo/nationaal Archief).

Daar blijft het bij. Het lijkt er op dat de BVD het verder opgeeft. Tegen columnisten valt amper te vechten. Hun vrijheid van meningsuiting maakt de dienst machteloos. Het boek Brandt Corstius gaat dicht. Hoe stevig hij ook het schelden als instrument blijft gebruiken, de geheime dienst richt zich voortaan op anderen.


Waardeer dit artikel

De content op deze website is in en uit principe gratis, maar het maken ervan kost wel geld. Vond je het de moeite waard? Laat het blijken met een kleine bijdrage en help bij het mogelijk maken van onafhankelijke artikelen.

ValutaBedrag





Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *