Het BVD-dossier van Ben Korsten

Ben Korsten was een liegende collaborateur, een vreemdgaande alcoholist en een morfineverslaafde. In de jaren zestig maakten conservatieve kabinetten desondanks intensief gebruik van deze eerste spindoctor in de Nederlandse politiek. Zijn BVD-dossier is onthullend. ‘Korsten? Een grote nul.’

Mannetjesmaker

De grote lijnen in het leven van Bernardus Simon Korsten (Hillegom, 9-5-1916) zijn bekend en zelfs verfilmd, in De Mannetjesmaker. Maar het naoorlogse strafdossier over deze spin in het web van confessionele ministers en de onlangs vrijgegeven verslagen die de Binnenlandse Veiligheidsdienst over hem aanlegde, werpen een nieuw licht op Nederlands eerste spindoctor.

Limburgsch Dagblad (10-9-1969).

Haarlems Dagblad

Korsten, zoon van een bollenhandelaar, bezocht na de hbs twee jaar de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. Tot afstuderen kwam het niet; hij werd in 1936 sportverslaggever bij het Haarlems Dagblad. Tot 1944 bleef hij bij die – in de oorlog gelijkgeschakelde – krant, almaar opklimmend binnen de redactie. Terzelfdertijd schreef hij onder pseudoniem in De Waag, een pro-Duits en antisemitisch weekblad. In het laatste oorlogsjaar koos hij eieren voor zijn geld en werkte hij voor het illegale Haarlemse blad De Patriot. Hij moest zijn collaboratie na de bevrijding bekopen met een beroepsverbod van ruim vier jaar en honderd gulden boete. Dat de Commissie voor de Perszuivering hem ook strafte met een ontzetting uit de kiesrechten voor de duur van tien jaar komt ironisch over, in de wetenschap dat hij zich later dag en nacht met de landspolitiek zou bemoeien.

Korsten moest zijn collaboratie na de bevrijding bekopen met een beroepsverbod van ruim vier jaar en honderd gulden boete.

De Waag (20-7-1939).

PR-adviseur

Het beroepsverbod maakte dat Korsten perschef bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland en PR-adviseur voor bedrijven werd. Een van zijn klanten was Reinder Zwolsman, een schatrijke aannemer en projectontwikkelaar. Zwolsman vulde de kas van de Katholieke Volkspartij met flinke donaties. Via hem belandde ook Ben Korsten bij de KVP. In 1959 vroeg partijvoorzitter Harry van Doorn hem om Norbert Schmelzer te helpen bij de aanstaande verkiezingscampagne. De KVP was een reus in politiek Nederland, met bijna standaard ruim 30% van de stemmen bij de Kamerverkiezingen en een vaste plek in het kabinet.

Korstens invloed als politiek adviseur groeide snel. Zeker veertien bewindslieden – meestal van de KVP, maar ook ARP’ers en CHU’ers – huurden hem in, van premiers (Piet de Jong, Jan de Quay) tot ministers. Tijdens het kabinet De Jong, dat in 1967 van start ging, mocht Korsten zelfs zes van de veertien ministers tot zijn klantenbestand rekenen. Zijn invloed reikte dan ook ver. In de woorden van toenmalig politiek verslaggever Ferry Hoogendijk: ‘Naar buiten toe werd gezegd dat de PR werd bediend, maar hij was zo een politiek dier, hij voelde de situatie zo goed aan, dat hij de ministers gewoon politieke beleidsadviezen gaf en dat maakte hem eigenlijk heel machtig.’

‘Ik vond het een weinig verheffend gebeuren, moet ik zeggen. Ik vond het een beetje een koehandel.’

Koehandel

Korsten las beleidstukken voordat de Kamerleden die onder ogen kregen. Hij adviseerde ministers, dacht mee over beleidsstrategieën en stond namens de kabinetsleden journalisten te woord. Zijn zus Enny in het tv-programma Andere Tijden over de kabinetsformatie van 1966: ‘In die tijd logeerde Ben hier bij mij. Toen hebben heel veel mensen die later minister geworden zijn via Ben laten weten welke post ze wilden. Dat konden ze niet rechtstreeks met elkaar doen en dat liep via Ben. Dat gebeurde hier in huis. Alle telefoontjes kwamen hier binnen. Van ministers, van mevrouw Klompé huilend aan de telefoon, want die kreeg dan weer niet wat ze wilde. Zo ging dat. Ik vond het een weinig verheffend gebeuren, moet ik zeggen. Ik vond het een beetje een koehandel.’ De eerste spindoctor van Nederland was een feit. Na hem zou er nooit meer één komen met dezelfde machtspositie als Ben Korsten.

Ben Korsten.

Privésores

Los van het punt dat het bovenstaande staatsrechtelijk niet door de beugel kon, was er het probleem van Korstens privésores. De ‘mannetjesmaker’ had meerdere minnaressen – onder wie de echtgenote van Norbert Schmelzer – en was verslaafd aan morfine. Korsten bivakkeerde op de top van de Olympus toen het misging. Medio september 1967 interviewden de Haagse Post en de Volkskrant hem. Over dat laatste vraaggesprek noteerde een BVD-ambtenaar twee jaar later: ‘Hierin is de morfine haast te proeven.’ Ben Korsten ging in de pers helemaal los, met kwalificaties als: ‘Norbert [Schmelzer] is aalglad, het lijkt of je met hem alle kanten uit kunt’ en, over minister Marga Klompé: ‘Voor Mamalou deed ik uitsluitend incidenteel werk.’

Het kabinet besloot vervolgens in allerijl om de samenwerking met Ben Korsten te beëindigen. ‘De Raspoetin van premier De Jong’, een van zijn bijnamen, was een ongeleid projectiel gebleken, een bedrijfsrisico dat kon leiden tot de val van het kabinet en erger. Dat gevaar hadden de bewindslieden overigens al eerder kunnen zien. Volgens de tot nu toe bekende bronnen wisten de ministers Gerard Veldkamp (KVP) en Henk Beernink (CHU) van zijn morfineverslaving. Ferry Hoogendijk in Andere Tijden: ‘Op kerstavond 1967 word ik opgebeld door de minister van Binnenlandse Zaken, Beernink, en die zegt tegen mij: “Zeg Hoogendijk, heb jij nog wat drugs in huis voor ome Ben Korsten?” Ik was flabbergasted, de minister van Binnenlandse Zaken of ik nog wat drugs heb liggen! Ik wist van niets.’

Minister Gerard Veldkamp in 1966 (Nationaal Archief/Anefo).

Dronken

Met Ben Korsten liep het slecht af. Hij voelde zich afgedankt. Pogingen om af te kicken mislukten. Op 21 augustus 1969 kwam hij terecht in de Wassenaarse Ursulakliniek. Uit het rapport van het hoofd van de psychiatrische afdeling: ‘Patiënt kwam vergezeld van zijn verzorgster en zijn secretaris in zeer beschonken toestand binnen. (…) Bij opname was patiënt zo dronken dat hij erkende zes ampullen morphine daags te gebruiken.’ Zes dagen later overleed de spindoctor. Er gingen verhalen dat hij met een overdosis morfine om het leven was gebracht, maar volgens de ingeschakelde patholoog-anatoom betrof het een natuurlijke dood. Korstens zus Enny had haar twijfels: ‘Of hij werkelijk om zeep gebracht is, dat sluit ik niet uit. Hij wist ongelofelijk veel van een heleboel mensen in Den Haag. Maar ik heb geen bewijs.’

Getuigenissen

Tot zover hetgeen eerder bekend werd over de opkomst en ondergang van Bernardus Simon Korsten. Maar de vertrouwelijke documenten die sindsdien beschikbaar kwamen vertellen meer. Om te beginnen zijn naoorlogse strafdossier, dat in combinatie met BVD-stukken veel duidelijk maakt over zijn oorlogsverleden. Alleen al vanwege zijn collaboratie had Korsten nooit de politieke invloed mogen krijgen die hem vanaf 1959 werd toebedeeld.

De Binnenlandse Veiligheidsdienst legde al in januari 1953 een dossier over Korsten aan.

De Staatscourant publiceerde in 1947 dat Korsten een journalistiek beroepsverbod was opgelegd. Het was dan ook onbegrijpelijk dat hij twaalf jaar later zijn opmars binnen de Haagse kringen kon beginnen. Daar bovenop komt dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst al in januari 1953 een dossier over hem aanlegde. Het was dermate belastend dat kabinetsleden hem nooit hadden mogen inzetten.

Nederlandsche Staatscourant (27-12-1947).

Korstens nu beschikbaar gekomen BVD-dossier begint in 1953 met een opsomming van zijn beroepsmatige bezigheden. Dan volgen al snel de eerste kanttekeningen. ‘Op politiek gebied was de heer Korsten tijdens de tweede wereldoorlog een omstreden figuur. Sommigen zagen hem gedurende de Duitse bezetting als iemand, die trachtte zich van twee zijden te dekken. Anderen daarentegen beoordeelden hem destijds als een absoluut goed Nederlander, die – zijn toen moeilijke positie als journalist in aanmerking genomen – op zijn wijze getracht heeft de Nederlandse zaak te dienen.’

Spionageverdachte

De BVD beschouwde niet alleen zijn houding in de jaren 1940-1945 als dubieus. Korstens persoonsdossier werd aangelegd vanwege zijn contacten met een verslaggever uit de Sovjet-Unie, Leon Constantinovitsch Pissarev. Dat was verdacht, zo midden in de Koude Oorlog. De BVD: ‘Einde 1952 werd hier te lande een van spionage verdachte Tass-correspondentie [sic] gearresteerd. In een zakboekje van deze Tass-correspondent [Pissarev] kwam een aantekening voor luidende: Korsten, B.S., Van Boetzelaerlaan 52 telefoon 558764. Tegenover de politie heeft deze correspondent verklaard, dat deze aantekening door de heer Korsten zelf in zijn zakboekje was geplaatst en dat hij met hem op journalistiek gebied contact onderhield.’

Daarbij bleef het niet. ‘In het begin van 1953 werd vernomen, dat de heer Korsten, die toen nog chef van de persafdeling van de hiervoor bedoelde scheepvaartmaatschappij was, in november 1952 een receptie op de ambassade der USSR te ’s-Gravenhage heeft meegemaakt. Hij keerde van daar in min of meer beschonken toestand per taxi naar zijn woning terug.’ De man die onder andere vanaf 1963 Defensieminister Piet de Jong zou gaan adviseren was een op alcohol verzotte ex-collaborateur met Russische contacten. En daardoor uiterst chantabel.

Oorlogsverleden

Over Korstens oorlogsverleden was de BVD al in 1953 tot in detail op de hoogte. Zijn persoonsdossier bevat meerdere verklaringen van oud-verzetsstrijders. En die zijn zelden vleiend. De eerste getuige die desgevraagd zijn mening gaf was nog mild. Robert Peereboom, destijds directeur van het Haarlems Dagblad, ‘noemde hem een man, die in alles “half” was. Hij schreef artikelen, die voor verschillende uitleggen vatbaar waren.’ Een andere kennis, Waarheid-redacteur Martin Grégoire, reageerde kritischer. Hij en Korsten waren eerder collega’s bij het Haarlems Dagblad. De BVD: ‘Korsten schreef volgens Grégoire kort vóór het uitbreken van de oorlog onder pseudoniem in het dagblad De Waag. Ook in de eerste jaren van de bezetting deed hij dit nog. Korsten liet de door hem voor De Waag geschreven artikelen lezen, waarbij hij de mening uitsprak, dat deze artikelen niet tegen de belangen van het Nederlandse volk ingingen. Grégoire deelde deze mening echter niet. Korsten helde volgens hem toen over naar het Nationaal-Socialisme.’

Martin Grégoire.

‘Grote nul’

Nog afwijzender waren twee oud-medewerkers van het illegale blad De Patriot. ‘Harry de Jong beschouwde Korsten als een “grote nul”. Na Dolle Dinsdag, toen de zaak begon te draaien, kreeg hij pas moed.’ Joop Nieuwendijk, medeoprichter van De Patriot en lid van de Knokploeg Kennemerland, reageerde op de vragen van de BVD eveneens weinig vleiend. ‘Korsten was trouwens ook alleen maar geschikt voor de verzorging van de illegale krant. Hij was erg bang. Zijn eigenlijke verbintenis met De Patriot dateert van Dolle Dinsdag. Na de bevrijding hoorde getuige pas, dat Korsten enkele pro-Duitse artikelen voor De Waag had geschreven. Hij had daarover toen gezegd, dat hij toen nog niet wist, wat hij doen moest en dat hij deze artikelen in een “dronken bui” had geschreven.’

Toen de Binnenlandse Veiligheidsdienst in 1953 informatie over Korsten begon vast te leggen, werd ook zijn naoorlogse strafdossier geraadpleegd. Daaruit bleek dat hij al in september 1940 een brief aan de bekende nazistische publicist Jan Derks ondertekende met ‘Dietse groet’, dat hij de NSB-benaming voor de maanden overnam (‘Bloeimaand’, ‘Hooimaand’) en in ieder geval tijdens de bezetting voor De Waag schreef. Dat hij, in tegenstelling tot ‘gewone’ burgers, zijn radiovergunning mocht houden – een teken dat hij op goede voet stond met de bezetter – pleitte ook niet voor hem.

‘Niets bekend’

Korsten bleek ook bereid om de waarheid naar zijn hand te zetten. De BVD: ‘Naar de heer Korsten destijds zou hebben beweerd, zou zijn uitsluiting door de Perszuiveringsraad geheel teniet gedaan zijn, doch in 1953 bleek, dat daaromtrent bij deze raad niets bekend was.’

De Patriot (17-11-1944).

De Binnenlandse Veiligheidsdienst kwam er in 1953 niet helemaal uit. ‘Persoonlijke eigenschappen: Betrokkene wordt door personen, die hem van nabij hebben leren kennen, nogal verschillend beoordeeld. Sommigen menen, dat hij een ietwat gluiperig type is, dat zelf graag de kat uit de boom kijkt en anderen laat handelen. Hij weet zich goed voor te doen en is behoorlijk van de tongriem gesneden. Bij collega’s in de journalistiek is hij over het algemeen niet getapt. Er zijn er zelfs die hem bepaald onsympathiek vinden. Anderen daarentegen beschouwen hem als een betrouwbare man, die door de moeilijkheden, die hij na de bevrijding heeft gehad, eerst een beetje uit het lood was geslagen, doch zich thans volkomen heeft hersteld.’

‘Sommigen menen, dat hij een ietwat gluiperig type is, dat zelf graag de kat uit de boom kijkt.’

‘Security-minded’

In het voorjaar van 1964 verrichtte de BVD een aanvullend onderzoek naar Ben Korsten. De aanleiding: ‘Sedert kort geeft hij adviezen aan de Minister van Defensie, waarnaast hij tevens de public-relations schijnt te verzorgen voor het bestuur van de provincie Zuid-Holland en voor de K.V.P.’ Die minister was Piet de Jong. Hij zou drie jaar later premier worden.

Zowel de BVD als de Marine Inlichtingendienst (Marid) was er niet gerust op, zo blijkt uit een vertrouwelijk gespreksverslag d.d. 31 januari 1964. ‘Hoofd Marid III zei van mening te zijn, dat de Minister van Defensie, de heer de Jong, security-minded is. Hij heeft zelfs Marid al eens verzocht een kinderjuffrouw, die hij in zijn dienst wilde aanstellen, te screenen. (…) Een en ander neemt echter volgens mij niet weg, dat Minister De Jong noch via Marid noch via de M.I.D. [Militaire Inlichtingendienst] een screening van de heer Korsten schijnt te hebben verzocht. De aanstelling van de heer Korsten tot particulier adviseur van de minister bleek slechts uit een courantenbericht.’ Een aanvullende aantekening over het onderzoeksobject moet ook reden tot zorg hebben gegeven: ‘Eén informant: ziekelijk, stevige borrel.’

Het artikel dat de inlichtingendiensten attendeerden op Korstens aanstelling tot ‘persoonlijk adviseur’ van minister De Jong (Leeuwarder Courant, 4-1-1963).

‘Vreemd humeurig’

Ondanks de twijfels beten de geheime diensten niet door. ‘Men kenschetste de heer Korsten als een wat vreemd humeurig, driftig, maar zeer energiek man. Ook van andere zijde werd vernomen, dat de heer Korsten sommige karaktereigenschappen heeft, welke niet ten volle te waarderen zijn, doch deze hebben niets te maken met zijn betrouwbaarheid. Naar men te kennen gaf, heeft de heer Korsten na de oorlog op politiek gebied niet de aandacht getrokken. Men nam aan, dat hij niet onsympathiek zal staan ten opzichten van de KVP. Voorts werd hij beschreven als een man, die in zijn particuliere leven niet op de voorgrond treedt. Men ziet hem nimmer in café’s en niet of nagenoeg niet op parties.’ De risico’s werden, kortom, klein bevonden.

‘Men kenschetste de heer Korsten als een wat vreemd humeurig, driftig, maar zeer energiek man.’

De uitkomsten van het begin 1964 verrichte antecedentenonderzoek werden gedeeld met Piet de Jong. ‘De resultaten hiervan (o.m. een niet zo gunstig oorlogsverleden) zijn door Marid ter beschikking gesteld van de toenmalige minister van Oorlog, De Jong.’ Ze leidden er niet toe dat Ben Korsten op een zijspoor belandde. Integendeel, zijn invloed binnen de achtereenvolgende door confessionele partijen beheerste kabinetten nam snel toe.

Het Vrije Volk (21-5-1983).

Persona non grata

Het duurde tot 16 september 1967, dankzij Korstens loslippigheid in de Haagse Post en de Volkskrant, voor het doek viel. Hij werd op het Binnenhof persona non grata. Goede vrienden als Piet de Jong en Gerard Veldkamp trokken hun handen van hem af en meden hem voortaan. Nadat Ben Korsten op 27 augustus 1969 onder vragen oproepende omstandigheden – had iemand hem een overdosis morfine gegeven? – was gestorven, lieten zijn voormalige bondgenoten – één VVD-parlementariër daargelaten – de begrafenis aan zich voorbijgaan.

Op 25 september 1969, een maand na de dood van Korsten, evalueerde de BVD het eigen werk. ‘Nu blijkt, dat deze man verslaafd is geraakt aan verdovende middelen dit onderzoek nog eens doorgenomen daar dit de eerste keer is dat D[ienst] met een morfinist te maken kreeg. In het onderzoek komt niets naar voren dat als een waarschuwing zou hebben kunnen gelden dat deze man 1,5 jaar later reeds aan verslaving zou lijden. Achteraf lezende, is het te zien, dat één der intervieuws [sic] gegeven werd toen hij onder invloed van een verdovend middel was. De mensen die thans in de pers worden genoemd als bekend met het geval zijn indertijd niet door ons gehoord.’

Raadsels

De veiligheidsdiensten lieten steken vallen, zoveel werd duidelijk. Maar niet alleen de BVD en de Marid trof blaam. Meerdere ministers verbonden willens en wetens een verslaafde collaborateur aan zich. Voor het eerst en voorlopig voor het laatst in de Nederlandse parlementaire geschiedenis kreeg een spindoctor met zo’n besmet blazoen toegang tot kabinetsgeheimen. Corruptie aan de top is van alle tijden, maar zo bont als Ben Korsten het wist te maken is uniek.

Het ging goed, tot het als gevolg van twee interviews faliekant fout ging. De alom geprezen PR-adviseur was na acht jaar van successen op slag een paria. Rond zijn dood in 1969 zweven nog altijd de nodige raadsels. Wie weet gaat er ooit een dossier open waarin ook antwoorden staan op de nog levende vragen.


Waardeer dit artikel

De content op deze website is in en uit principe gratis, maar het maken ervan kost wel geld. Vond je het de moeite waard? Laat het blijken met een kleine bijdrage en help bij het mogelijk maken van onafhankelijke artikelen.

ValutaBedrag





Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *