Erica Terpstra

In oktober 1994 zond ik Erica Terpstra -destijds staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport- een briefje. Of ik voor haar een fanclub mocht oprichten, was mijn vraag. Zij was immers goed, nobel en onbaatzuchtig, en kon zich bovendien zo prima verplaatsen in de verstandelijk gehandicapten die ze regelmatig vertegenwoordigde. Ik dacht dat de dubbele bodem wel zichtbaar was, maar ontving enkele weken later een uiterst persoonlijke reactie. “U plaatst mij, om u de waarheid te zeggen, voor een dilemma”, schreef ze me. “Als liberaal zal ik de laatste zijn om u te weerhouden van het idee welke vereniging dan ook op te richten. Nu het echter om een fanclub gaat, aarzel ik.” Aan het eind van haar brief was ze er uit: “PS. Met andere fanclubs liep het ook niet goed af! Laten we het maar niet doen! Erica.”

Het was een studentikoos geintje van me richting een politica die ik op geen enkele manier serieus kon nemen. Enfin, Erica stuurde ook nog een gesigneerde ansichtkaart van zichzelf mee. Jaren later hebben we die geveild, opdat de verkiezingskas van ons politieke clubje ROSA kon worden aangevuld. De kaart heeft lange tijd het toilet gesierd van een prominente partijgenoot. De dank aan onze liberale bewindsvrouwe was dan ook groot.

Ik was Erica een beetje uit het oog verloren. Ze had een bestsellend broddelboekje  geschreven over afvallen, dat wist ik nog. En er is nog altijd een website over haar dieet in de lucht. Erica was immers ‘binnen zes maanden meer dan 40 kilo afgevallen’ (en binnen een jaar had ze zich weer helemaal volgevroten, maar dat las ik nergens terug).

Afgelopen maandag verscheen Erica plotseling weer in mijn beeld. Ze was namelijk naar Bhutan gereisd. Net als ik, een half en vijf jaar geleden. Omroep Max vond het nodig Erica’s trip op tv te presenteren en ik was wel nieuwsgierig of haar bevindingen overeenstemden met de mijne.

Niet dus. Giechelend als een klein kind hobbelde de oud-staatssecretaris door de straten van Thimphu en Paro, slechts beperkt gehinderd door kennis van zaken. Niet alleen leek ze het vliegveld en de hoofdstad van Bhutan nauwelijks te hebben verlaten, ook schetste ze een ronduit karikaturaal beeld van dit mooie Aziatische land. En aangezien gêne haar nog steeds vreemd is, dook ze elke vijf minuten een keuken in, bezocht ze een voedselmarkt of propte ze weer iets in haar mond. Van betelnoot tot pepers tot complete maaltijden; het ging maar door. Erica was nog altijd onverzadigbaar, behalve waar het ging om het maken van een fatsoenlijk tv-programma. Dieptepunt was haar met geginnegap omfloerste vraag aan een arts hoe ze het beste kon afvallen. Zelfs de confrontatie met een met doden communicerende bejaarde dame, die Erica meedeelde dat ze na haar dood in de hel zou belanden, deed Erica slechts glimlachen. Opnieuw miste ze de boodschap, zoals zo vaak in haar leven. 

Ik wil bij dezen het Bhutanese volk mijn excuses aanbieden voor mijn  landgenote. Vergeef het haar alstublieft, ze weet niet beter.   

 Erica (midden) in Bhutan

0 reacties op “Erica Terpstra”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *